[Geldt voor gehele landelijk gebied]
Een bestemmingsplan voor een gebied dat is aangeduid als ‘Functieverandering’ kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat bij algehele bedrijfsbeëindiging of bedrijfsverplaatsing aan de bedrijfswoning en de tot het hoofdgebouw behorende aangebouwde bedrijfsruimte een woon bestemming wordt gegeven, mits bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden, dan wel worden versterkt en omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
Een bestemmingsplan voor een gebied dat is aangeduid als ‘Functieverandering’ kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat bij algehele bedrijfsbeëindiging of bedrijfsverplaatsing de bedrijfs woning en overige bedrijfsgebouwen worden aangewend voor andere functies, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de oppervlakte van de overige bedrijfsgebouwen wordt gereduceerd met ten minste 50%;
de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden, dan wel versterkt;
de functiewijziging leidt niet tot een onevenredige toename van het gemotoriseerde verkeer;
omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.
In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voor een gebied dat is aangeduid als ‘Functieverandering’ bestemmingen en regels bevatten die afwijken van het genoemde percentage als het voormalige bedrijf is gelegen binnen het stedelijk uitloopgebied of als het gaat om meer aan het landelijk gebied gebonden functies.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen voor een gebied dat is aangeduid als ‘Functieverandering’ voor het geven van een woonbestemming aan een niet tot het hoofdgebouw behorende bedrijfsruimte. De ontheffing kan worden ver leend onder de voorwaarden dat:
het vrijstaande bijgebouw uit een oogpunt van cultuurhistorie waardevol is;
de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden of versterkt;
omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
De toelichting op een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid bevat een ruimtelijke onderbouwing, mede in relatie tot zonering van het landelijk gebied.
Hoofdstuk
Artikel 4.10.