**1.** In het geval van artikel 11, eerste lid, gaat de benoeming van degene, die de benoeming tot lid van het dagelijks bestuur heeft aanvaard, in op het tijdstip waarop ten minste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, zijn benoeming heeft aanvaard of, indien de aanvaarding van de benoeming op een later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.
**2.** Vanaf het tijdstip van aftreden van de leden van het dagelijks bestuur tot het tijdstip, waarop, na de verkiezing van de leden van het nieuwe algemeen bestuur, ten minste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, de benoeming heeft aanvaard, treedt de voorzitter in de plaats van het dagelijks bestuur.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 12