Naar hoofdinhoud
1. Nadat de beraadslaging over een zaak is gesloten, wordt tot hoofdelijke stemming overgegaan, indien de voorzitter of een der leden dat verlangt. 2. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin: over ontwerpbesluiten of over onderdelen daarvan wordt gestemd. 3. De stemming vindt plaats in door de voorzitter aan te geven volgorde. De voorzitter brengt als laatste zijn stem uit. 4. Ieder lid brengt zijn stem uit met het woord “voor” of het woord “tegen”, zonder enige bijvoeging. 5. Van de uitgebrachte stemmen houdt de secretaris aantekening.

Rechtspraak bij dit artikel