Naar hoofdinhoud
1. Wanneer de voorzitter van oordeel is, dat een zaak voldoende is toegelicht, stelt hij voor de beraadslaging daarover te sluiten. 2. Indien geen hoofdelijke stemming wordt gevraagd, wordt het in behandeling zijnde voorstel geacht te zijn aangenomen. 3. Ter vergadering aanwezige leden kunnen aantekening vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd dan wel verzoeken een minderheidsstandpunt in de besluitenlijst te doen opnemen. 4. Met betrekking tot de op de vergaderlijsten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, vermelde zaken die de leden tevoren al voor akkoord hebben geparafeerd of waarover niemand het woord verlangt, stelt de voorzitter vast dat conform is besloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel