Naar hoofdinhoud
leder lid kan vragen stellen aan door of op voordracht of aanbeveling van provinciale staten uit hun midden benoemde leden van organen van privaat- en publiekrechtelijke lichamen over aangelegenheden die tot het werkterrein van die lichamen behoren. Deze vragen worden schriftelijk bij de voorzitter ingediend met vermelding van de naam en kwaliteit van degene tot wie de vragen zijn gericht. De voorzitter draagt er zorg voor dat de vragen, tenzij tegen de vorm of inhoud daarvan bezwaar bestaat, binnen acht dagen ter kennis van de overige leden van provinciale staten worden gebracht, De voorzitter stelt degene tot wie de vragen zijn gericht in de gelegenheid daarop schriftelijk te antwoorden binnen vier weken nadat zij zijn ingekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, geeft degene tot wie de vragen zijn gericht daarvan binnen die termijn bericht aan de vragenstellers en de overige leden van provinciale staten, met mededeling binnen welke termijn het antwoord zal komen. Van het antwoord op de vragen stelt de voorzitter de vragenstellers en de overige leden van provinciale staten in kennis. Indien het lid dat vragen wil stellen mondelinge beantwoording mogelijk of wenselijk vindt, is artikel 48 van overeenkomstige toepassing. De griffier stelt degene tot wie de vragen zijn gericht daarvan terstond na de indiening overeenkomstig het derde lid van dat artikel in kennis.

Rechtspraak bij dit artikel