De commissie bestaat uit een door provinciale staten te bepalen aantal leden. De fracties zijn evenwichtig onder de leden vertegenwoordigd.
Voor ieder lid kan een plaatsvervangend lid worden benoemd. Een plaatsvervanger treedt slechts als lid op bij afwezigheid van het lid dat hij vervangt.
Tenzij provinciale staten de benoeming aan zich houden, geschiedt de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden door de voorzitter van provinciale staten.
Iedere fractie kan in maximaal twee commissies één lid laten benoemen, die bij de vorige statenverkiezingen wel verkiesbaar was maar niet in provinciale staten is gekozen. Voor het overige bestaan commissies uit statenleden.
Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt een commissielid die geen statenlid is in de vergadering van provinciale staten, in handen van de voorzitter, een eed (verklaring en belofte) af zoals weergegeven in artikel 14 van de Provinciewet, met dien verstande dat:
In de eerste zin provinciale staten wordt vervangen door de aanduiding commissie;
In de tweede zin dit ambt wordt vervangen door: deze functie;
In de derde zin lid van het provinciaal bestuur vervangen wordt door: adviseur van het provinciebestuur.
Indien een commissielid en zijn plaatsvervangend commissielid beide verhinderd zijn voor een commissievergadering, kan het commissielid zich laten vervangen door een willekeurig lid van provinciale staten van dezelfde fractie, of door iemand die geen lid is van provinciale staten, maar wel namens dezelfde fractie lid, dan wel plaatsvervangend lid is van een andere commissie.
Zittingsduur; einde lidmaatschap
Artikel 54.