Provinciale staten benoemen de voorzitter van de commissie - aan de hand van het door hen opgestelde profiel - uit de leden van provinciale staten.
Eens in de twee jaar wordt het functioneren van de voorzitters geëvalueerd.
Indien de nieuwe voorzitter lid is van de betreffende commissie eindigt zijn lidmaatschap van deze commissie op het moment dat hij tot voorzitter wordt gekozen.
Op dezelfde manier wordt een plaatsvervangend voorzitter benoemd. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter behoren tot verschillende fracties. Artikel 64, vierde lid, is op de plaatsvervangend voorzitter slechts van toepassing als hij het voorzitterschap uitoefent.
Het voorzitterschap houdt op tegelijk met het einde van het lidmaatschap van provinciale staten.
Het voorzitterschap eindigt voorts door ontslagneming en door het verlenen van tussentijds ontslag door provinciale staten, in overeenstemming met het presidium.
Artikel 57.