De commissie vergadert op de tijdstippen vermeld in een vergaderschema dat wordt vastgesteld door het presidium, na overleg met de griffier.
Het presidium stelt, na overleg met de voorzitter en de griffier de agenda voor de vergadering vast.
De voorzitter kan in bijzondere gevallen met opgaaf van redenen een vergadering laten vervallen. Hij bericht dat aan de leden in beginsel ten minste zeven dagen voor de dag waarop de vergadering zou worden gehouden.
Indien de voorzitter het nodig oordeelt of wanneer er door gedeputeerde staten of ten minste drie leden van verschillende fracties schriftelijk met opgaaf van redenen om is gevraagd, vergadert de commissie in afwijking van het vergaderschema. Met inachtneming van het gestelde in dit reglement, bepaalt de voorzitter na overleg met het betrokken lid of de betrokken leden van gedeputeerde staten, de griffier en zo mogelijk de leden van de commissie dag en uur van de vergadering.
De voorzitter, of namens hem de griffier, roept de leden schriftelijk tot de vergadering op onder gelijktijdige aanbieding van de vergaderstukken. De oproeping tot een vergadering geschiedt tenminste tien dagen voor de dag waarop ze gehouden wordt. Uitsluitend vergaderstukken met een spoedeisend karakter kunnen later aan de commissie toegezonden worden.
Pr.w. 80-5 jo. 19-2:Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzittervan een statencommissie dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de stukken (waaromtrent geheimhouding is opgelegd) worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
Artikel 60.