Na de toelating doet ieder lid bij de voorzitter opgave van de andere functies dan het lidmaatschap van provinciale staten die worden vervuld als bedoeld in artikel 11 van de Provinciewet. Een eventueel noodzakelijke aanvulling of wijziging van deze opgave brengt het lid direct ter kennis van de voorzitter.
Eed.
Provinciewet 14: Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van provinciale staten in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed(verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van provinciale staten benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van provinciale staten naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)".
Eerste vergadering.
Provinciewet 18: Provinciale staten vergaderen na de periodieke verkiezing van hun leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met ingang waarvan de leden van provinciale staten in oude samenstelling aftreden.
Provinciewet 19- 1: De commissaris roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. 2: Tegelijkertijd met de oproeping brengt de commissaris dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid, bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
Artikel 7.