Naar hoofdinhoud
Indien een lid zich beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het aan de orde zijnde onderwerp, of op andere wijze de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het lid hieraan geen gehoor geeft, kan de voorzitter hem het woord ontnemen. In de vergadering, waarin dit gebeurt, mag het lid aan wie het woord is ontnomen niet meer aan de beraadslagingen over het aan de orde zijnde onderwerp deelnemen. Provinciewet 26-3: Hij (de voorzitter) kan provinciale staten voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3. De voorzitter kan, zo mogelijk na overleg met het presidium, bepalen dat hetgeen heeft geleid tot maatregelen als bedoeld in het eerste of tweede lid of artikel 26, derde lid, van de Provinciewet niet in het verslag van de vergadering wordt opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel