Naar hoofdinhoud
Het onderzoek van de geloofsbrieven, met de daarbij behorende bescheiden, van nieuw benoemde leden geschiedt door een commissie uit provinciale staten, door de voorzitter te benoemen. Deze benoeming geschiedt telkens na de opening van de eerste vergadering van een zittingsperiode, voor de duur van die periode. De commissie bestaat uit een voorzitter en vier leden; zonodig kunnen plaatsvervangers worden aangewezen. De commissie onderzoekt de volgens de Kieswet vereiste bescheiden. Zij betrekt tevens in haar beoordeling andere ter zake door provinciale staten vereiste en aan haar overgelegde stukken. Namens de commissie brengt haar voorzitter daarna verslag uit, waarna de vergadering zo mogelijk dadelijk over de toelating beslist. Provinciewet. 11-1: De leden van provinciale staten maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van provinciale staten zij vervullen. 2: Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het provinciehuis.

Rechtspraak bij dit artikel