BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Bestuurscommissie: de bestuurscommissie sport en recreatie;
Vereniging: de instelling of organisatie, die zich uitsluitend of in hoofdzaak op het gebied van de lichamelijke opvoeding, sport en recreatie in de gemeente Heerlen beweegt en is toegelaten tot een der secties van de bestuurscommissie;
Sportaccommodatie: een ruimtelijke voorziening, welke zich bevindt in de gemeente Heerlen en van primair belang is voor een reguliere sportbeoefening.
HOOFDSTUK II
TOEKENNING VAN SUBSIDIE/RENTELOOS VOORSCHOT
ARTIKEL 2
Door de bestuurscommissie kan ingevolge deze verordening aan een vereniging een subsidie en/of renteloos voorschot worden verleend in de ten laste van de vereniging komende kosten betreffende de bouw, verbouwing en verbetering van c.q. de uitvoering van groot onderhoudswerken aan een sportaccommodatie, waarvan een vereniging het uitsluitende gebruiksrecht heeft.
Door het enkel aanvaarden van het subsidie en/of renteloos voorschot vrijwaart de vereniging de gemeente voor elke aansprakelijkheid ter zake de bouw, verbouwing en verbetering van c.q. de uitvoering van grootonderhoudswerken aan deze sportaccommodatie.
De bestuurscommissie kan aan de voor verlening van een subsidie en/of renteloos voorschot in aanmerking komende projecten eisen stellen en beperkingen opleggen, die gebaseerd zijn op het algemeen sportbelang, sporttechnische elementen en/of de eigen begrotingssituatie.
In principe wordt een subsidie en/of renteloos voorschot toegekend elk ter grootte van 1/3 deel van de door de bestuurscommissie vast te stellen materiaalkosten van het project. Aan het te verlenen subsidie en/of renteloos voorschot kan van geval tot geval een maximum worden verbonden.
ARTIKEL 3
Een subsidie en/of renteloos voorschot wordt slechts verleend, indien en voor zover nodig voor het bouw, verbouwings of verbeteringsplan vergunning door het bevoegde bestuursorgaan is verleend en indien bij alle daarvoor in aanmerking komende instanties eveneens een deugdelijke aanvraag voor een subsidie en/of renteloos voorschot is ingediend. Het bezit van een bouwvergunning en het indienen van de in de vorige alinea bedoelde aanvragen, hebben niet zonder meer de verlening van een subsidie en/of renteloos voorschot tot gevolg.
Verenigingen, die voor toepassing van de onderhavige regeling in aanmerking wensen te komen dienen, voordat met de bouw, verbouwing, verbetering of grootonderhoudswerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, op de ingediende subsidieaanvraag de principebeslissing van de bestuurscommissie af te wachten.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de aanvrager bij zijn aanvraag om subsidie de volgende gegevens en bescheiden:
een uitgewerkt plan met bestek;
een gespecificeerde begroting van uit te voeren werkzaamheden inclusief een financieringsplan ter zake;
een afschrift van de verleende bouwvergunning;
afschriften van de aan de in lid 1 genoemde instanties gerichte subsidieaanvragen en/of verzoeken voor de verlening van een renteloos voorschot;
een aan de subsidieaanvraag ten grondslag liggende motivering.
Aan de hand van de ingediende aanvraag wordt het subsidie c.q. renteloos voorschot tot een maximum bedrag vastgesteld. Het uit te keren subsidiebedrag c.q. het bedrag van het renteloos voorschot is afhankelijk van de werkelijk gemaakte kosten ter zake en van het bij toekenning vastgesteld maximum.
ARTIKEL 4
Indien het project niet binnen een jaar na de indiening der aanvraag tot stand komt, wordt het besluit tot verlening van een subsidie en/of renteloos voorschot geacht te zijn ingetrokken. In dat geval dient de vereniging, waaraan het subsidie en/of renteloos voorschot is verleend, de haar ingevolge deze verordening eventueel reeds beschikbaar gestelde gelden op eerste aanzegging van de bestuurscommissie terug te betalen.
Van deze bepaling kan op aanvraag en afhankelijk van de omstandigheden door de bestuurscommissie voor een te bepalen periode van ten hoogste een jaar ontheffing worden verleend.
ARTIKEL 5
Indien een door een vereniging gerealiseerd gebouw binnen tien jaar na de totstandkoming wordt onttrokken aan de bestemming, waarvoor het subsidie en/of renteloos voorschot is verleend, de vereniging niet meer aan de gestelde doelstellingen voldoet of ophoudt te bestaan, is het nog niet afgeloste gedeelte van het renteloos voorschot direct opeisbaar c.q. dient het subsidie te worden terugbetaald met dien verstande, dat voor elk jaar, dat de accommodatie overeenkomstig de bestemming in gebruik is geweest, het terug te betalen bedrag met 10% wordt verminderd.
HOOFDSTUK I
Artikel 1