Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Handhaving verplichtingen bij de brede intake

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet Inburgering 2021 gemeente Vlissingen 2025

Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing. Het college wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. Het college nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen binnen 4 weken. Wanneer de inburgeringsplichtige na deze tweede oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt het college de inburgeringsplichtige een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Wet Inburgering 2021. Voordat het college een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt het college hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen 2 weken per brief kenbaar te maken. Het college legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven voor verlaging van de boete rust op de inburgeringsplichtige. Als het college op de hoogte is van bijzondere omstandigheden, wordt daarmee bij het opleggen van de boete rekening gehouden. In de beschikking waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt het college de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2 weken alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt het college weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1. lid 3 van het Besluit Wet Inburgering 2021.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel