Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18.

Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunningen

Onderdeel van Marktverordening Horst aan de Maas 2025

1.. Het college trekt de vaste standplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of twee maanden na dienst overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 17 een aanvraag tot verschrijving is ingediend. 2.. Het college kan de vaste standplaatsvergunning intrekken als: de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; de vergunninghouder uit periodieke toetsing in enig opzicht van slecht levensgedrag blijkt. de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog; de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet en de geldende Marktgeldenverordening; de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd, of in strijd wordt gehandeld met deze Verordening of de bepalingen uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan; de vergunninghouder zijn standplaats kennelijk niet of onjuist inneemt. 3.. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de betreffende standplaats tijdelijk vervalt. 4.. Als de vergunninghouder de standplaats niet uiterlijk om 09.00 uur heeft ingenomen, vervalt de vaste standplaatsvergunning voor de rest van de dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel