**1..** Het college trekt de vaste standplaatsvergunning in:
op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
twee maanden na dienst overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 17 een aanvraag tot verschrijving is ingediend.
**2..** Het college kan de vaste standplaatsvergunning intrekken als:
de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
de vergunninghouder uit periodieke toetsing in enig opzicht van slecht levensgedrag blijkt.
de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog;
de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet en de geldende Marktgeldenverordening;
de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd, of in strijd wordt gehandeld met deze Verordening of de bepalingen uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan;
de vergunninghouder zijn standplaats kennelijk niet of onjuist inneemt.
**3..** Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de betreffende standplaats tijdelijk vervalt.
**4..** Als de vergunninghouder de standplaats niet uiterlijk om 09.00 uur heeft ingenomen, vervalt de vaste standplaatsvergunning voor de rest van de dag.
Hoofdstuk 4
Artikel 18.
Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunningen
Onderdeel van Marktverordening Horst aan de Maas 2025