Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.

Definities

Onderdeel van Marktverordening Horst aan de Maas 2025

In deze Verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; markt: de door het college ingestelde reguliere warenmarkt waaraan doorgaans ten minste vijf houders van een vaste standplaatsvergunning deelnemen; marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; marktcommissie: een commissie van advies die tot taak heeft het college te adviseren inzake marktaangelegenheden, die is ingesteld conform het inrichtingsplan en als zodanig is aangewezen door het college; inrichtingsplan: een door het college opgestelde regeling waarin regels zijn opgenomen over de uitvoering van de markt, in het bijzonder met betrekking tot de onderwerpen die genoemd zijn in deze Verordening; branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde plaatsen per artikelengroep; standplaats: ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; marktvergunning: vaste standplaatsvergunning of promotieplaatsvergunning; vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning op de markt; vaste standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van 20 jaar voor het op de markt drijven van handel; promotieplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een promotieplaatsvergunning; promotieplaatsvergunning: vergunning voor de duur van maximaal vijf marktdagen in een tijdsbestek van twee aaneengesloten maanden ter promotie van een product, dienst, activiteit, stichting, vereniging of onderneming op de markt; verkoopinrichting: de kraam, verkoopwagen, tent, of andere inrichting waarmee men een standplaats inneemt op de markt; frontbreedte: de totale breedte die de houder van een marktvergunning inneemt met zijn standplaats waarop zijn verkoopinrichting is ingericht, inclusief bij de verkoopinrichting behorende uitstallingen of andere toebehoren ten behoeve van die verkoopinrichting; winterperiode: 1 oktober tot 1 mei; zomerperiode: 1 mei tot 1 oktober.

Rechtspraak bij dit artikel