Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 20.

Intrekking en vervallen promotieplaatsvergunningen

Onderdeel van Marktverordening Horst aan de Maas 2025

1.. Het college trekt de promotieplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling. 2.. Het college kan de promotieplaatsvergunning intrekken als: de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; de vergunninghouder uit periodieke toetsing in enig opzicht van slecht levensgedrag blijkt; de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog; de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet en de geldende Marktgeldenverordening; de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd, of in strijd wordt gehandeld met deze Verordening of de bepalingen uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan; de vergunninghouder zijn standplaats kennelijk niet of onjuist inneemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel