**1..** De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, getuigen en deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op.
**2..** Binnen vijf werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de verzoektermijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van vijf werkdagen wordt afgeweken.
**3..** De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om deze termijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep ook gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van een week wordt afgeweken.
**4..** In afwijking van het eerste lid kan de enquêtecommissie in de oproep gemotiveerd bepalen dat het verhoor eerder plaatsvindt dan twee weken na verzending van de oproep als:
naar oordeel van de enquêtecommissie in het belang van de raadsenquête een verhoor op een kortere termijn redelijkerwijs nodig is; of
de betrokken getuige of deskundige met een kortere termijn instemt.
**5..** Indien een getuige of deskundige geen gehoor geeft aan de oproep doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene aan wie de oproep is gericht in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de oproep te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de oproep.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Zitting en oproepen van getuigen en deskundigen voor verhoor
Onderdeel van Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Amsterdam