Naar hoofdinhoud
1. Het verzoek om schadevergoeding wordt zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs mogelijk is schriftelijk bij gedeputeerde staten ingediend. 2. Gedeputeerde staten kunnen een verzoek afwijzen indien vijf jaren zijn verlopen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de omstandigheid dat deze schade is veroorzaakt door een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waarodoor de schade is veroorzaakt. 3. Heeft de verzoeker, voordat de termijn is verstreken na verloop waarvan gedeputeerde staten het verzoek kunnen afwijzen, een schriftelijke mededeling aan gedeputeerde staten gedaan waarin hij ondubbelzinnig verklaart dat hij zich het recht voorbehoudt om een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 3 eerste lid in te dienen, dan begint een nieuwe termijn als bedoeld in het eerste lid te lopen na aanvang van de dag, volgende op die waarop deze schriftelijke mededeling door gedeputeerde staten is ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel