Naar hoofdinhoud
1. De deskundige stelt de verzoeker in kennis van de te volgen procedure. 2. De deskundige stelt de verzoeker en gedeputeerde staten in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge of schriftelijke toelichting. Beiden kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen. 3. Door partijen ingeschakelde deskundigen worden in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven. 4. Van de mondelinge toelichtingen wordt een verslag opgemaakt. Het verslag wordt aan de verzoeker en gedeputeerde staten toegezonden. 5. Alvorens de deskundige zijn definitieve advies opstelt, maakt hij een conceptadvies op. Dit conceptadvies wordt uiterlijk zes weken nadat de deskundige is aangesteld, aan de verzoeker en gedeputeerde staten toegezonden. Indien het niet mogelijk is om binnen de genoemde termijn van zes weken een conceptadvies op te maken, dan deelt de deskundige de verzoeker en gedeputeerde staten gemotiveerd mede, waarom deze termijn overschreden wordt. Hij geeft daarbij een termijn aan waarbinnen het conceptadvies aan verzoeker en aan gedeputeerde staten zal worden toegezonden. Deze termijn bedraagt ten hoogste zes weken. 6. De verzoeker en gedeputeerde staten maken eventuele zienswijzen tegen het conceptadvies binnen zes weken na verzending daarvan, schriftelijk aan de deskundige kenbaar. 7. De deskundige stelt zijn advies vast binnen zes weken na het verstrijken van de in het zesde lid genoemde termijn. Hij kan deze termijn, onder opgaaf van redenen, eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Hij zendt het advies terstond toe aan de verzoeker en aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel