**1.** Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**2.** Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
**3.** De boeken worden jaarlijks per het einde van het verenigingsjaar afgesloten. Daaruit wordt door de penningmeester het ontwerp van de rekening en verantwoording opgemaakt.
**4.** Het ontwerp van de rekening en verantwoording wordt onderzocht door een door de algemene vergadering aan te wijzen deskundige als bedoeld in Artikel 393 lid 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek – hierna ook te noemen: “accountant” -, die over zijn onderzoek verslag uitbrengt aan het bestuur.
**5.** Binnen vijf maanden na afloop van het verenigingsjaar worden de rekening en verantwoording over het afgelopen verenigingsjaar door het bestuur opgemaakt en wordt het jaarverslag door het bestuur vastgesteld.
**6.** De in lid 4 bedoelde accountant legt over de door het bestuur opgemaakte rekening en verantwoording een verklaring af.
**7.** Het bestuur brengt op de jaarvergadering, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de rekening en verantwoording vergezeld van de in lid 6 bedoelde verklaring van de accountant ter goedkeuring aan de algemene vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de leden van het bestuur; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn waarbinnen de rekening en verantwoording dient te worden afgelegd kan iedere provincie van de gezamenlijke leden van het bestuur in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
**8.** Het bestuur stelt een jaarplan, een begroting en een meerjarenbegroting vast. In een algemene ledenvergadering, welke uiterlijk in de maand december wordt gehouden, legt het bestuur de in de eerste volzin van dit lid bedoelde stukken met betrekking tot respectievelijk de komende verenigingsjaren en het komende verenigingsjaar ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering.
**9.** Indien de algemene vergadering de termijn voor het houden van de jaarvergadering heeft verlengd, worden de bij dit artikel gestelde termijnen dienovereenkomstig verlengd.
**10.** Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3 zeven jaren lang te bewaren.
Hoofdstuk
Artikel 16.
Rekening en verantwoording
Onderdeel van Statuten Vereniging Het Interprovinciaal Overleg (statuten IPO)