Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.

Toelating

Onderdeel van Statuten Vereniging Het Interprovinciaal Overleg (statuten IPO)

1. Een provincie die als lid tot de vereniging wenst toe te treden, meldt zich schriftelijk aan bij het bestuur. 2. Onder goedkeuring van de algemene vergadering beslist het bestuur omtrent de toelating van leden. Einde van het lidmaatschap. Artikel 7. Het lidmaatschap eindigt: door opheffing van een provincie; door opzegging door een provincie; door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een provincie heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer zij haar verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren; door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een provincie in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur onder goedkeuring van de algemene vergadering. Opzegging van het lidmaatschap door een provincie of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van een provincie redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Een provincie kan haar lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen één maand nadat haar een besluit, waarbij haar rechten zijn beperkt, of wel haar verplichtingen ten opzichte van de vereniging zijn verzwaard, bekend is geworden of medegedeeld. Het besluit is alsdan niet op haar van toepassing. Een provincie is niet bevoegd door opzegging van haar lidmaatschap de toepasselijkheid uit te sluiten van verplichtingen van geldelijke aard alsmede van reeds bestaande verplichtingen voortvloeiende uit collectieve arbeidsovereenkomsten. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur onder goedkeuring van de algemene vergadering. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat een provincie haar verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. De provincie wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is de provincie geschorst, met dien verstande evenwel dat het geschorste lid het recht heeft zich in de algemene vergadering, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, te verantwoorden. De provincie wier lidmaatschap is geëindigd op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 1 sub b, c en d, blijft gehouden tot nakoming van verplichtingen van geldelijke aard verbonden aan het lidmaatschap tot het einde van het vijfde kalenderjaar volgend op dat waarin het lidmaatschap is geëindigd, tenzij het bestuur anders besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel