1. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor eenmalige investeringen in terreinen die door middel van eenmalige maatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van de desbetreffende terreinen wijzigen met als doel:
a. de omzetting van landbouwgrond naar natuurterrein te realiseren
b. de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande natuurbeheertype of landschapsbeheertype
c. de omzetting van een natuurterrein met een bestaand natuurbeheertype naar een natuurterrein met een gewenst natuurbeheertype te realiseren.
2. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor eenmalige investeringen in landbouwgrond die noodzakelijk zijn voor de realisatie van een agrarisch beheertype, of de verhoging van de kwaliteit van een bestaand agrarisch beheertype, met als doel voor het gerealiseerde agrarisch beheertype een subsidie agrarisch natuurbeheer uit te voeren, welke investeringen tevens een verhoging van de waarde van de agrarische natuur tot gevolg hebben.
3. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor eenmalige investeringen in natuurterreinen en landbouwgrond die tot doel hebben de aanleg en bescherming van een landschapsbeheertype.
4. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor een programma van eenmalige investeringen dat is gericht op investeringen in terreinen die één of meer van de in lid 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde doelen hebben.
Hoofdstuk
Artikel 8