Naar hoofdinhoud
1. . Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie; een vermelding welk van de in artikel 8 bedoelde investeringsdoelen het betreft; een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; de motivering voor het treffen van de maatregelen; de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan wordt aangegeven; een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden; een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd; een gespecificeerde begroting; één of meerdere topografische of digitale kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de grenzen van het natuurterrein, de landbouwgrond, of het landschapsbeheertype waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is aangegeven. Digitale gegevens dienen te worden aangeleverd als GIS-bestand in de vorm van een shapefile. Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan deze bestanden moeten voldoen; een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager voornemens is na het treffen van de inrichtingsmaatregelen de (beoogde) beheertypen en habitattypen verder te ontwikkelen en te beheren. 2. . Indien dit nodig is voor de beoordeling van de aanvraag kunnen Gedeputeerde Staten de aanvrager om aanvullende informatie vragen. 3. . Wanneer de aanvraag niet wordt ingediend door de eigenaar dan dient de aanvraag vergezeld te gaan van een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar en, in geval van erfpacht, van de erfpachter. De laatste volzin is niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door de erfpachter, bedoeld in dat onderdeel. 4. . Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie door een aanvrager als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder v., of een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, waar een hiervoor bedoelde aanvrager deel van uitmaakt, dient voor het betreffende natuurterrein tevens vergezeld te gaan van een overeenkomst met de Landinrichtingscommissie. 5. . Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid gaat vergezeld van: een lijst van de natuurterreinen of landschapsbeheertypen ten behoeve waarvan de bedoelde investeringen worden verricht; een vermelding van de natuurbeheertypen of landschapsbeheertypen waarop de investeringen betrekking hebben, bij voorkeur per natuurterrein of landschapsbeheertype; een vermelding welk van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde investeringsdoelen het betreft, bij voorkeur per natuurterrein of landschapsbeheertype; een vermelding van de natuurterreinen waarop een investering als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, betrekking heeft: een vermelding per natuurterrein of landschapsbeheertype van de oppervlakte waarop de investering betrekking heeft; een vermelding per natuurterrein of landschapsbeheertype van de hoogte van de investering; een vermelding van de looptijd van het totale programma en per natuurterrein of landschapsbeheertype de verspreiding van de verschillende investeringen binnen die looptijd; één of meer topografische of digitale kaarten met daarop de buitengrenzen van het natuurterrein of het landschapsbeheertype waarvoor de investeringssubsidie wordt aangevraagd. Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan de in eerste volzin bedoelde kaarten moeten voldoen; 6. . In afwijking van het vijfde lid kan een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid vergezeld gaan van een opgave van de natuurterreinen, landschapsbeheertypen of natuurbeheertypen ten behoeve waarvan de gecertificeerde begunstigde binnen zijn areaal binnen het programma investeringen wil uitvoeren, alsmede de looptijd van het programma. 7. . Indien de subsidieaanvrager een grote onderneming is verstrekt de subsidieaanvrager gegevens en bescheiden bij de aanvraag die het stimulerend effect van de subsidie aantonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel