1. Op subsidieaanvragen krachtens de Verordening jeugdhulpverlening provincie Utrecht 1992, anders dan krachtens artikel 7A van die verordening, voor het eerste jaar waarvoor deze verordening geldt, wordt beslist met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
2. Indien dat voor een subsidieontvanger een niet in redelijkheid te overbruggen vermindering zou inhouden, treffen gedeputeerde staten voor hem een overgangsregeling. Indien nodig kunnen zij daartoe andere subsidies in redelijkheid verminderen.
Hoofdstuk
Artikel 23overbrugging