Het college en de burgemeester van Waalwijk verlenen de medewerker die werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders het mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden nodig zijn.
Het in het eerste lid omschreven mandaat komt de mandaathouder slechts toe voor zover de uitoefening van de bevoegdheid behoort tot diens taak of functiegebied zoals opgenomen in het geldende organisatiebesluit en met inachtneming van het volgende:
a. de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.1. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college dan wel de burgemeester;
b. de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.2. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de algemeen directeur;
c. de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.3. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de domeindirecteuren;
d. de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.4. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de afdelingshoofden;
e. de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.5. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de clustercoördinatoren.
De op grond van het tweede lid voorbehouden mandaten worden geacht ook te zijn verleend aan de hiërarchisch hoger geplaatsten.
Het gestelde in het eerste lid geldt uitsluitend wanneer is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4 van deze regeling.
mandaathouder heeft de bevoegdheid om het mandaatbesluit te ondertekenen.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Algemeen mandaat
Onderdeel van Besluit opdracht bevoegdheden door mandaat, volmacht en machtiging Waalwijk 2025