Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Belastingplicht

Onderdeel van Verordening Parkeerbelastingen 2025 - 2026

1.. De belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig of de aanhangwagen met eigen kenteken heeft geparkeerd. 2.. Als degene die het motorvoertuig of de aanhangwagen met eigen kenteken heeft geparkeerd wordt ook aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 3, eerste lid onder a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig of aanhangwagen met eigen kenteken. 3.. De belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, wordt niet geheven van degene die op de voet van tweede lid onder b als degene die het motorvoertuig of de aanhangwagen met eigen kenteken heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat tijdens het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig of aanhangwagen met eigen kenteken heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.. De belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b wordt geheven van vergunninghouder. 5.. Parkeerplaatsgeld, als bedoeld in artikel 3, tweede lid wordt geheven van de natuurlijke of rechtspersoon, die de parkeerapparatuurplaats of belanghebbendenplaats afzet of laat afzetten dan wel het betreffende voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, op een parkeerapparatuurplaats of op een belanghebbendenplaats houdt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel