Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Berekening tarieven bij wijzigingen gedurende het jaar.

Onderdeel van Verordening Parkeerbelastingen 2025 - 2026

1.. Een vergunning heeft een looptijd van 1 jaar, met uitzondering van een verhuisvergunning die een looptijd heeft van 3 maanden, de bedrijfsvergunning dag die een looptijd heeft van 1 dag, en de bedrijfsvergunning maand die een looptijd heeft van 1 maand. 2.. In afwijking van het eerste lid kan het college in nadere regels een kortere of langere looptijd voor vergunningtypen met de looptijd van 1 jaar bepalen met een maximum van 22 maanden in verband met het aanwijzen van nieuwe vergunningzones als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Parkeerverordening Amersfoort. 3.. Het college stelt in nadere regels de aanvang van de looptijd van vergunningen voor een vergunningzone vast. 4.. Als een vergunning gedurende de looptijd van de vergunning wordt verleend, bedraagt het tarief voor die vergunning een naar rato berekend bedrag over de resterende periode tot het einde van de looptijd van de vergunning vanaf de dag dat de vergunning wordt verleend met een minimum van 30 euro. 5.. Als een vergunning gedurende de looptijd wordt beëindigd, wordt naar rato restitutie verleend voor de resterende periode tot het einde van de looptijd, tenzij het te restitueren bedrag minder is dan 30 euro. 6. . Als een vergunning met de looptijd van 1 jaar, overeenkomstig het tweede lid, voor een kortere of langere tijd wordt verleend, bedraagt het tarief voor die vergunning een naar rato berekend bedrag met een minimum van 30 euro, met uitzondering van een eerste bewonersvergunning die ongeacht de looptijd 30 euro bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel