1. Aanvragen tot subsidieverlening uit hoofde van deze regeling worden ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.
2. In de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval aangegeven:
a. welk basis-, plus-, landschaps- of recreatiepakket, onderscheidenlijk welke basis-, plus-, landschaps- of recreatiepakketten, de aanvraag betreft;
b. of er sprake is van inrichtingssubsidie;
c. of er sprake is van subsidie functieverandering;
d. of er sprake is van landschapssubsidie;
e. of de subsidieaanvrager beheerder is.
3. Tegelijkertijd met de aanvraag kan een verzoek tot ontheffing van de verplichting als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel c, worden ingediend op grond van zwaarwegende natuurwetenschappelijke belangen, bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en de aard van het terrein.
4. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 45 weken op de aanvraag. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste 7 weken worden verdaagd.
Hoofdstuk
Artikel 15