1. Gedeputeerde staten kunnen aan beheerders en aan anderen dan beheerders als bedoeld in artikel 5 ter bevordering van de duurzame ontwikkeling en instandhouding van bossen en natuurterreinen, mede met het oog op de recreatieve functie daarvan, wegens de waardedaling als gevolg van de omzetting van landbouwgronden naar natuur en bos, alsmede ter bevordering van de duurzame instandhouding van landschappelijke elementen op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van:
a. de instandhouding van basis- of pluspakketten, opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 41;
b. de functieverandering van landbouwgronden naar natuur en bos door de ontwikkeling van basis- of pluspakketten.
c. de ontwikkeling en omvorming van basis- of pluspakketten, onderscheidenlijk de aanleg of het herstel van landschapspakketten, door middel van maatregelen met een eenmalig karakter, die rechtstreeks en direct de fysieke condities of kenmerken van de desbetreffende terreinen wijzigen, of door middel van beheer, zonder welke wijzigingen en beheer de daarop volgende instandhouding van basis- of pluspakketten, onderscheidenlijk landschapspakketten, niet mogelijk is;
d. de instandhouding van het recreatiepakket, opgenomen in bijlage 58, of
e. de instandhouding van landschapspakketten, opgenomen in de bijlagen 42 tot en met 56.
2. De Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 1998 is van toepassing voor zover uit deze verordening niet anders voortvloeit.
3. Advisering over bezwaar vindt in haar geheel plaats door de Dienst Regelingen.
Hoofdstuk
Artikel 2