In deze regeling wordt verstaan onder:
GS: gedeputeerde staten van de provincie Utrecht;
minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
bureau: Bureau Beheer Landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;
instelling: instelling als bedoeld in artikel 3, zijnde een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting;
terreinen: gronden, daaronder begrepen natuurterreinen, wateren, landgoederen, bossen en andere houtopstanden, evenals de op die gronden gelegen objecten (gebouwen/andere opstallen), die van belang of van potentieel belang zijn om hun natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuurhistorische betekenis of vanwege bosbouwkundige waarden;
verwerving: verwerving van het recht van eigendom of het recht van erfpacht;
EHS: ecologische hoofdstructuur, zoals die globaal is aangegeven op kaart 7 van de planologische kernbeslissing van het Structuurschema Groene Ruimte en zoals die nader door de provincies is begrensd in de natuurgebiedsplannen of zoals die globaal is aangegeven op kaart 5 van de planologische kernbeslissing van de Nota Ruimte (Kamerstukken II 2004/05 29 435, nr. 125); robuuste verbindingen zoals die zijn omschreven in de Nota Ruimte en door de provincie nader zijn ingevuld;
natuurgebied: begrensd natuurgebied (EHS en robuuste verbindingen) als bedoeld in de Subsidieverordening natuurbeheer provincie Utrecht 2007 en de Subsidieverordening agrarisch natuurbeheer provincie Utrecht 2007;
invloedssfeer: gedeelte van een provincie, aangegeven op een door de minister en GS vastgestelde kaart (Plan Veiligstelling Gebieden 1996), waarbinnen een instelling eerst aangewezene is om terreinen te verwerven of in beheer te verkrijgen;
aankoopstrategieplan: een door GS vastgesteld document waarin de strategie is neergelegd voor de verwerving van grond in een bepaald gebied.