**1..** Wat betreft het persoonsgebonden budget voor diensten, als bedoeld in artikel 13, tweede lid, sub b van de Verordening Wmo, wordt een onderscheid gemaakt tussen het tarief voor professionele en niet-professionele hulp :
Voor zorg die wordt geleverd door professionele hulp gelden de volgende tarieven:
hulp bij het huishouden: € 33,30
persoonlijke begeleiding / persoonlijke verzorging basis: € 45,34 per uur;
persoonlijke begeleiding / persoonlijke verzorging plus: € 49,67 per uur;
dagbesteding en groepsbegeleiding: € 12,03 per uur, € 17,05 per 2 uur, € 22,08 per 3 uur, € 27,10 per 4 uur.
kortdurend verblijf- en respijtzorg: € 127,52 per etmaal (max. 3 etmalen per week);
vervoer van en naar de dagbesteding: € 21,59 per dag.
Voor zorg die wordt geleverd door niet-professionele hulp gelden de volgende tarieven:
hulp bij het huishouden: € 22,98 per uur;
persoonlijke begeleiding / persoonlijke verzorging basis: € 24,15 per uur;
**2..** De tarieven genoemd in het eerste lid worden met ingang van 1 januari 2026jaarlijks aangepast conform de geldende CAO of tarief van de Wet langdurige zorg, waarbij als peildatum 1 september van het daaraan voorafgaande jaar wordt gehanteerd. De nieuwe tarieven gaan in op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
**3..** Er worden geen tarieven vastgesteld voor niet-professionele hulp in het kader van persoonlijke begeleiding plus/ persoonlijke verzorging plus en dagbesteding en groepsbegeleiding omdat deze zorg niet geleverd wordt door een niet-professional.
**4..** Voor de uitbetaling van het persoonsgebonden budget geldt dat dit exclusief bemiddelingskosten, administratiekosten en eenmalige uitkering is, maar inclusief feestdagenuitkering en reiskosten. Dit betekent dat de budgethouder vrij is om te kiezen voor uitbetaling van de zorgverlener op basis van declaratie of factuur. Uitbetaling op basis van maandloon is niet toegestaan.
**5..** Het persoonsgebonden budget voor voorzieningen als bedoeld in artikel 13, tweede lid, sub a van de Verordening Wmo is, voor zover noodzakelijk (en van toepassing), inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald bij de verstrekking van een voorziening in natura. Hierbij wordt rekening gehouden met de tussen het college en de leverancier reeds overeengekomen korting voor een nieuw hulpmiddel.
**6..** Het door het college te verstrekken persoonsgebonden budget voor een voorziening als bedoeld in artikel 13, tweede lid, sub a van de Verordening Wmo wordt verstrekt voor een periode die gelijk is aan de normale afschrijvingstermijn van de voorziening.
Artikel 2.
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Nader regels Wmo zelfredzaamheid en participatie gemeente Landgraaf 2025