Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: bedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Meststoffenwet; dat sinds ten minste het moment van de inwerkingtreding van deze verordening in werking is; dat een omvang heeft van ten minste 70 NGE, waarvan de intensieve veehouderij ten minste 40 NGE omvat, te bepalen op basis van de normen van 1998, uitgaande van de aantallen dieren die zijn aangegeven in de milieuvergunning en waarvan de bestaande bedrijfslocatie is gelegen in een extensiveringsgebied als bedoeld in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde plan en in de provincie Utrecht; intensieve veehouderij: het houden van een of meer van de volgende diersoorten: varken: dier van de diersoort varken aangegeven in bijlage A van de Meststoffenwet; pluimvee: dier van de diersoort kippen, eenden, kalkoenen of parelhoenders aangegeven in bijlage A van de Meststoffenwet; rundvee: dieren van de diersoort rundvee, behorende tot de diercategorieën die in bijlage A van de Meststoffenwet worden aangeduid met de nummers 110, 111, 112, 120, 121, 122, 123, 124, en 125; overige hokdieren: dier van de diersoort nerts, vos of konijn aangegeven in bijlage A van de Meststoffenwet; bedrijfsgebouw: gebouw dat bestemd is voor de uitoefening van de intensieve veehouderij, daaronder begrepen bouwwerken als mestsilo’s, sleufsilo’s en mestplaten (indien voorzien van wanden); gecorrigeerde vervangingswaarde: de gecorrigeerde vervangingswaarde als bedoeld in artikel 17, derde lid, tweede volzin, van de Wet waardering onroerende zaken; bij het bepalen van deze gecorrigeerde vervangingswaarde worden, voor het bepalen van de vervangingswaarde per dierplaats, als uitgangspunt genomen de afschrijvingstermijnen en afschrijvingspercentages zoals die op het moment van openstelling in de meest recente versie van de Kwantitatieve Informatie voor de Veehouderij ( KWIN) te vinden zijn; bestaande bedrijfslocatie: tot het bedrijf behorend perceel of percelen, niet zijnde cultuurgrond, waarop de gebouwen bestemd voor de uitoefening van het intensief veehouderijbedrijf gelegen zijn, waarvoor in het bestemmingsplan een agrarisch bouwblok of -perceel is toegekend en waarvoor krachtens de Wet Milieubeheer een milieuvergunning is verleend; hervestigingslocatie: bestaande bedrijfslocatie dan wel cultuurgrond ten aanzien waarvan een concreet voornemen bestaat om daarop gebouwen op te richten ten behoeve van een intensieve veehouderij; g. NGE : Nederlandse Grootte Eenheid; eenheid die op basis van de saldi per diersoort en per hectare de economische omvang weergeeft van een agrarisch bedrijf dan wel van een afzonderlijke productierichting binnen een bedrijf, zoals gehanteerd door het Landbouw Economisch Instituut, niveau 1998. slopen: het afbreken van de bedrijfsgebouwen, het afvoeren van puin en afval, de verwijdering van erfverharding, putten en funderingen en het egaliseren van het perceel. Indien een bedrijf is gevestigd op meerdere locaties wordt elke locatie voor de toepassing van deze verordening als een zelfstandig bedrijf gezien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel