Voor de subsidie komen de volgende kosten in aanmerking.
a. De gecorrigeerde vervangingswaarde van de bedrijfsgebouwen op de eerste januari van het jaar waarin deze verordening in werking treedt, vast te stellen door gedeputeerde staten op basis van een in hun opdracht verrichte taxatie. Indien de vaststelling meer dan drie kalenderjaren na de inwerkingtreding van deze verordening zal plaatsvinden, wordt uitgegaan van de eerste januari van het derde jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vaststelling dan plaatsvindt. Als de bij taxatie aanwezige productiecapaciteit (aantal dierplaatsen zoals vastgelegd in de vigerende milieuvergunning) afwijkt van de aanwezige oppervlakte van gebouwen, gedeeld door de oppervlaktenorm uit de te hanteren KWIN, is de aanwezige productiecapaciteit uitgangspunt voor de taxatie. Bij samenvoeging van bedrijfslocaties is de subsidie 80% van de gecorrigeerde vervangingswaarde.
b. De waarde van ondergrond en erf, vast te stellen door gedeputeerde staten op basis van de waarde in het economisch verkeer, uitgaande van cultuurgrond. De begrenzing vindt plaats op basis van wat in redelijkheid tot erf en ondergrond kan worden gerekend, zoveel mogelijk aansluitend bij in het terrein zichtbare grenzen en zodanig dat het perceel ontsloten is of kan worden vanaf de openbare weg.
c. Sloopkosten tot € 25 per m2 daadwerkelijk aanwezige oppervlakte aan bedrijfsgebouwen.
d. Daadwerkelijk gemaakte kosten van advies, ontwerp en onderzoek ten behoeve van de hervestiging tot maximaal € 500 per NGE en maximaal € 100.000 per bedrijf.
e. Indien de hervestigingslocatie een bestaande agrarische bedrijfslocatie is en er geen sprake is van samenvoeging met een andere locatie: een vergoeding voor de sloopkosten van € 25 per m2 voor de sloop van op de hervestigingslocatie niet bruikbare bedrijfsgebouwen.