1. De subsidie wordt aangevraagd door de eigenaar. Indien het bedrijf verpacht is, wordt de aanvraag mede ondertekend door de pachter.
2. Bij de aanvraag worden, in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 1998, de volgende bescheiden overgelegd: a een bewijs van eigendom van het bedrijf en, indien van toepassing, een bewijs van pacht van het bedrijf; b een kadastrale kaart met daarop ingetekend de bedrijfsgebouwen en de bij het bedrijf in eigendom zijnde cultuurgrond; c een topografische kaart schaal 1:10.000 met daarop aangegeven de ligging van de bedrijfsgebouwen; d een kopie van de vigerende milieuvergunning, inclusief bouwtekeningen, en eventuele vigerende vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet; e informatie over verschil tussen het vergunde en het daadwerkelijk aanwezige aantal dieren indien dat bestaat; f de gewenste termijn van afronding van de verplaatsing en, indien bekend, de beoogde hervestiginglocatie.
3. Gedeputeerde staten kunnen voor de aanvraag een formulier voorschrijven.