Een subsidieontvanger behoeft toestemming van gedeputeerde staten voor het vormen van fondsen en reserveringen als bedoeld in artikel 4:71, onder g, van de Algemene wet bestuursrecht.
1. Voorzieningen kunnen worden gevormd ten behoeve van:
a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum niet vaststaat, maar redelijkerwijs wel is in te schatten;
b. risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
c. een gelijkmatige verdeling van lasten over meer jaren.
2. Tot vorming van reserves kan worden overgegaan indien:
a. reserves ontstaan door het activeren van investeringen;
b. een project op de balansdatum niet is afgerond en de ervoor bestemde subsidie niet volledig is besteed;
c. restantkosten voor het realiseren van een aanschaf worden verwacht indien een subsidie is toegekend voor die aanschaf;
d. restanten van door derden onder voorwaarden voor een bepaald doel beschikbaar gestelde middelen worden verwacht.
Hoofdstuk
Artikel 9.