Naar hoofdinhoud
1. De aanvraag tot subsidievaststelling bestaat uit een financieel jaarverslag en een activiteitenverslag. 2. In het financieel jaarverslag wordt opgenomen: de gerealiseerde productie (realisatiecijfers); de exploitatierekening uitgesplitst naar activiteitenniveau; de stand en verloop van alle reserves en voorzieningen; de accountantsverklaring op basis van een onderzoek met inachtneming van het accountantsprotocol jeugdzorg provincie Utrecht, waarin tevens een oordeel gegeven wordt over de verantwoording van het bureau jeugdzorg inzake de uitvoering van artikel 12 van de wet (inning ouderbijdrage); een beschrijving van de activiteiten die met het preventiebudget en deskundigheidsbevordering zijn uitgevoerd, de aantallen die hiermee zijn gerealiseerd en het budget dat hiermee is gemoeid; het aantal te onderscheiden dagen per zorgeenheid waarvoor door het bureau jeugdzorg een indicatiebesluit is vastgesteld, voor zover deze in het betreffende jaar zijn uitgevoerd door een zorgaanbieder die daartoe niet door gedeputeerde staten van Utrecht is gesubsidieeerd, alsmede het aantal cliënten waarop dit betrekking heeft. 3. In aanvulling op artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht voldoet het activiteitenverslag aan de eisen die hierover worden gesteld in artikel 14 van de wet. Daarnaast geeft het activiteitenverslag inzicht in de ontwikkelingen en trends die worden gesignaleerd en hoe de betreffende zorgaanbieder daarop heeft ingespeeld of wil gaan inspelen. 4. De subsidie wordt als volgt vastgesteld. Vrijwillige taken: Bij een onderbezetting van meer dan 90% van het bestede subsidiebedrag (normbedrag x gerealiseerde capaciteit) wordt een negatieve correctie toegepast van 40% van het verleende subsidiebedrag voor het gedeelte van de onderbezetting lager dan 90%. Het bezettingspercentage wordt voor drie onderdelen AMK, toegang en Vrij Toegankelijk Ambulant (hierna: VTA) gezamenlijk vastgesteld. Justitietaken: Indien het werkelijke budget meer dan 2,5% afwijkt van het verleende budget vindt een nacalculatie van het verleende subsidiebedrag plaats boven of beneden deze 2,5%. De subsidie wordt vastgesteld door het aantal minderjarigen waarvoor de stichting justitietaken uitvoert te vermenigvuldigen met de betreffende normprijzen. Het aantal minderjarigen wordt vastgesteld op het gemiddelde van het aantal daarvan op de eerste van iedere kalendermaand, tenzij de landelijke regeling waarbij het normbedrag of normbedragen wordt vastgesteld anders bepaalt. SGJ: Voor de definitieve subsidievaststelling voor de justitietaken geldt geen nacalculatie en is het financiële kader zoals door het Rijk aan de provincie beschikbaar gesteld het definitieve bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel