Een subsidieontvanger behoeft toestemming van gedeputeerde staten voor het vormen van fondsen en reserveringen als bedoeld in artikel 4:71, onder g, van de Algemene wet bestuursrecht.
Voorzieningen kunnen worden gevormd ten behoeve van:
verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum niet vaststaat, maar redelijkerwijs wel is in te schatten;
risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
een gelijkmatige verdeling van lasten over meer jaren.
Tot vorming van reserves kan worden overgegaan indien:
reserves ontstaan door het activeren van investeringen;
een project op de balansdatum niet is afgerond en de ervoor bestemde subsidie niet volledig is besteed;
restantkosten voor het realiseren van een aanschaf worden verwacht indien een subsidie is toegekend voor die aanschaf;
restanten van door derden onder voorwaarden voor een bepaald doel beschikbaar gestelde middelen worden verwacht.
Hoofdstuk
Artikel 9.