Voor aflossing en rente geldlening gelden de volgende voorwaarden:
de aflossing van de geldlening vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats;
het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van een jaar vastgesteld;
bij een inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, dat meer bedraagt dan de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, wordt de aflossingscapaciteit verhoogd met 50% van het meerdere. Tot aflossing wordt pas overgegaan, als het inkomen het bijstandsniveau overstijgt;
belanghebbende is verplicht wijzigingen in de omstandigheden binnen 14 dagen te melden aan team Werk en Inkomen;
indien omstandigheden daartoe aanleiding geven kan het college het maandbedrag van de aflossing aanpassen;
indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode in verzuim is met het voldoen van de vastgestelde aflossingen, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening onverwijld opeisbaar en is tevens de wettelijke rente verschuldigd over de achterstallige aflossingstermijnen gedurende de tijd dat de belanghebbende met de voldoening daarvan in verzuim is geweest;
over een rentevordering is geen rente verschuldigd.
Artikel 6.
Aflossing en rente geldlening
Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek en pandovereenkomst bij recht op bijstand Twenterand 2025