**1..** Het college werkt mee aan een schuldregeling als:
het college verwacht dat de belanghebbende zijn schulden niet kan aflossen; en
zonder de medewerking van het college een schuldregeling niet tot stand komt; en
de vordering van het college volgens dezelfde verdeelsleutel wordt betaald als andere vorderingen van gelijke rang.
**2..** Het college werkt in ieder geval niet mee aan een schuldregeling, als:
de vordering van het college betrekking heeft op bijstand die in de vorm van een lening is verstrekt, omdat bij de belanghebbende sprake is geweest van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (art. 48, eerste lid, onderdeel b Participatiewet); of
de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek; of
de vordering naar verwachting betaald kan worden met geld of bezittingen waarop de belanghebbende recht heeft, maar waarover hij nog niet kan beschikken, zoals een aandeel uit een erfenis of een uitkering uit een levensverzekering.
**3..** Het college trekt het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling in, als:
niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is genomen een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid;
de belanghebbende zijn schuld aan het college niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of als
de belanghebbende verkeerde informatie heeft gegeven en het college niet meegewerkt zou hebben als de belanghebbende op tijd de juiste informatie had gegeven.
Hoofdstuk 4
Artikel 8
Medewerking aan schuldregeling
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering bijstand en uitkering Twenterand