1. Het in artikel 2 gestelde verbod is niet van toepassing op:
a. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, welke ter voldoening aan een wettelijke verplichting of op grond van een wettelijk toegekende bevoegdheid zijn aangebracht, mits zij - voor zover de desbetreffende wettelijke voorschriften zich daartegen niet verzetten - geen grotere oppervlakte hebben dan 0.50 m2 en geen grotere afmeting in één richting hebben dan 1 m;
b. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak voor zover dat als winkel, toonzaal, café, restaurant, werkplaats en/of garage wordt gebruikt;
c. aankondigingen betreffende de dienst, aan gebouwen en inrichtingen van openbare middelen van vervoer en op opschriften, aankondigingen of afbeeldingen aangebracht ter uitvoering van een wettelijke taak;
d. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op zuilen en muren, welke daarvoor door de overheid zijn aangewezen;
e. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen welke alleen dienen ter markering van de provinciegrens daar waar provinciale en rijkswegen die grens kruisen, geplaatst bij die wegen, mits zij geen grotere oppervlakte hebben dan 1 m2 en geen grotere afmeting in één richting dan 1,50 meter en mits per kruising niet meer dan twee van dergelijke opschriften, aankondigingen of afbeeldingen worden aangebracht (2);
f. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, welke dienen tot het openbaren van gedachten of gevoelens in de zin van artikel 7 van de Grondwet, mits zij geen grotere oppervlakte hebben dan 1 m2 en geen grotere afmetingen in één richting hebben dan 1 m en niet meer dan twee van dergelijke opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, al dan niet door middel van enig daarop aanwezige onroerende zaak, op, aan of in de onroerende zaak worden aangebracht.
2. Het in artikel 2 gestelde verbod is voorts niet van toepassing op wegwijzers indien door gedeputeerde staten vast te stellen algemene voorschriften in acht zijn genomen.
3. Gedeputeerde staten kunnen vrijstelling verlenen van het in artikel 2 gestelde verbod voor bepaalde plaatsen en voor bepaalde categorieën van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen. Een vrijstelling kan voor een bepaalde periode worden verleend. Gedeputeerde staten kunnen er voorschriften aan verbinden met betrekking tot aantallen, type, situering, materiaal, bevestiging, lichtsterkte, kleurstelling, boodschap en maatvoering (2).