1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van de in deze verordening gestelde verboden (1).
2. Zij kunnen aan een ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.
3. Een ontheffing geldt voor ten hoogste tien jaar.
4. Voor de aanvragen kunnen gedeputeerde staten een formulier voorschrijven.
5. Op een aanvraag wordt binnen dertien weken beslist. Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal met ten hoogste dertien weken verdagen.
6. Een ontheffing kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:
a. bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt en de ontheffing op basis van de juiste gegevens anders of niet zou zijn verleend;
b de voorschriften of beperkingen onvoldoende of niet worden nageleefd of veranderingen worden aangebracht ten opzichte van de gegevens op basis waarvan de ontheffing is verleend;
c. de ontheffing gedurende een jaar niet is gebruikt of;
d. gewijzigde inzichten of omstandigheden dat vergen (1).