Naar hoofdinhoud
1.. Het college verleent aan de directeur mandaat voor het nemen van besluiten op grond van de subsidieregeling en alle rechtshandelingen en feitelijke handelingen te verrichten die nodig zijn voor het uitvoeren van de subsidieregeling, zoals: het verstrekken van mondelingen en/of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard; het verzenden van ontvangstbevestigingen; het opschorten van de beslistermijn conform artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht; het voeren van overige correspondentie; het bekendmaken van besluiten. 2.. Het mandaat ziet tevens toe op de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie, de Algemene verordening gegevensbescherming en de wet- en regelgeving die op de hiervoor genoemde wetten zijn gebaseerd. Dit voor zover de uitoefening van deze bevoegdheden samenhangt met de uitvoering van de subsidieregeling. 3.. Het mandaat, bedoeld in de vorige leden, ziet niet op de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, of het vertegenwoordigen van de gemeentelijke bestuursorganen in beroepsprocedures bij de bestuursrechter. 4.. De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, in ondermandaat opdragen aan personen doe onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Ondermandatering geschiedt bij schriftelijk besluit. De voorschriften en beperkingen als bedoeld in artikel 3 zijn onverminderd van toepassing op het ondermandaat. Daarnaast kan de directeur aan een ondermandaat extra voorschriften verbinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel