1. Met de berichten van ontvangst van een bij gedeputeerde staten ingediend beroepschrift, bedoeld in artikel 6:14, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt zo mogelijk direct, of anders zo spoedig mogelijk, de oproeping voor het horen aan belanghebbenden verzonden. Daarbij wordt meegedeeld:
- dat zij in de gelegenheid zullen worden gesteld te worden gehoord als bedoeld in artikel 7:16 van die wet;
- wanneer, waar en voor welke kamer die gelegenheid zal worden gegeven;
- gedurende welke termijnen het indienen van nadere stukken en het inzien van de stukken als bedoeld in artikel 7:18, eerste en tweede lid, van die wet mogelijk is en waar het inzien mogelijk is;
- en, indien zij daartoe heeft besloten, wie de kamer als getuigen of deskundigen zal oproepen als bedoeld in artikel 169 van de Provinciewet.
2. Indien het voornemen bestaat om in een zaak op de in artikel 172, eerste lid, van de Provinciewet bedoelde wijze uitspraak te doen, is het eerste lid niet van toepassing. Indien het voornemen is bekend gemaakt wordt de uitspraak niet gedaan voordat het voornemen onherroepelijk of verzet daartegen gegrond verklaard is. Van het horen van een indiener van een verzetschrift wordt een verslag gemaakt. Artikel 3, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 1.
Artikel 1.
Onderdeel van Besluit van 15 september 1993, houdende vaststelling van de Verordening houdende regeling van de bezwaar- en beroepsprocedures