1. Provinciale staten kunnen meer adviescommissies ten behoeve van de beslissing op bezwaren instellen. De commissies kunnen uit drie of vijf leden bestaan. De leden kunnen voor een bepaalde termijn worden benoemd.
2. Aan commissies als bedoeld in het eerste lid kunnen de taken van de commissie, bedoeld in artikel 5, worden opgedragen indien meer dan drie bezwaarschriften tegen een of meer besluiten van provinciale staten tegelijk moeten worden behandeld.
3. De opdrachten worden gegeven door de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 5. De voorzitter coördineert de advisering door de commissies indien die eenzelfde besluit van provinciale staten betreft.
4. Voor het overige is het bepaalde in dit hoofdstuk ook van toepassing op de commissies, bedoeld in het eerste lid. Indien een commissie uit drie leden bestaat is artikel 9, eerste lid, niet van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 13A.
Artikel 13A.
Onderdeel van Besluit van 15 september 1993, houdende vaststelling van de Verordening houdende regeling van de bezwaar- en beroepsprocedures