1. De taken en bevoegdheden die krachtens de artikelen 9:6 tot en met 9:10 van de Algemene wet bestuursrecht aan het betrokken bestuursorgaan van de provincie zijn opgedragen en toegekend, worden uitgeoefend door de voorzitter indien hij de klacht behandelt of door de klachtencommissie indien zij de klacht behandelt.
2. De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing voor zover uit hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht niet anders voortvloeit.
3. De verdaging, bedoeld in artikel 9:11, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan worden gedaan door de voorzitter indien hij de klacht behandelt, door de commissie indien zij de klacht behandelt, en door het bestuursorgaan nadat het het rapport, bedoeld in artikel 9:15, vierde lid, van de wet, heeft ontvangen.
Hoofdstuk
Artikel 18.
Artikel 18.
Onderdeel van Besluit van 15 september 1993, houdende vaststelling van de Verordening houdende regeling van de bezwaar- en beroepsprocedures