1. Provinciale staten benoemen een of meer voorzitters van de commissie.
2. Gedeputeerde staten benoemen de leden van de commissie nadat de commissieBestuur, Europa en Middelen uit provinciale staten kennis heeft kunnen nemen van devoordracht en hierover desgewenst opmerkingen heeft kunnen maken.
3. Een benoeming geldt voor een bepaalde termijn van ten hoogste vier jaar.Herbenoeming kan eenmaal plaatsvinden.
4. Een voorzitter of een lid kan voor de afloop van de termijn in onderling overleg schriftelijk ontslag nemen met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.
5 Gedeputeerde staten kunnen de voorzitter en de leden schorsen. Provinciale statenheffen de schorsing op of ontslaan de voorzitter in hun eerstvolgende vergadering.
6 De voorzitter en de leden kunnen door provinciale staten onderscheidenlijk gedeputeerde staten worden ontslagen.
Hoofdstuk
Artikel 6.
Artikel 6.
Onderdeel van Besluit van 15 september 1993, houdende vaststelling van de Verordening houdende regeling van de bezwaar- en beroepsprocedures