Het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit is een uitwerking van het beleidsprogramma Biodiversiteit. Het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit geeft weer welke doelen worden nagestreefd en geeft inzicht in wat er gebeurt aan acties op het gebied van biodiversiteit en bos binnen de gehele organisatie van de provincie.
In het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit staan vier ambities centraal:
Ambitie I: Sterkere natuurgebieden en vitaler bos
De provincie wil de biodiversiteit veiligstellen en de kwaliteit van de Gelderse natuur verbeteren, door zich te richten op het realiseren van een hoogwaardig netwerk van onderling verbonden natuurgebieden. Om dit te bewerkstelligen beschermen en versterken ze de natuur in het Gelders Netwerk (GNN) en verbeteren ze de samenhang tussen natuurgebieden. De provincie onderscheidt de volgende sporen: 1) De natuur beschermen, 2) De kwaliteit van natuurgebieden en bossen behouden en verbeteren, 3) Natuurgebieden uitbreiden en verbinden.
Ambitie II: Een grotere biodiversiteit en meer bomen en bos op het platteland
Een groot deel van Gelderland bestaat uit het landelijk gebied. Dit is voornamelijk ingericht voor landbouw, maar het landelijk gebied heeft ook een functie voor onder meer wonen, werken, recreatie en energietransitie. Maar er liggen ook grote kansen voor het vergroten van de biodiversiteit. Bij het vergroten van de biodiversiteit, het aantal bomen en de hoeveelheid bos op het platteland onderscheidt de provincie de volgende vijf sporen: 1) Het aandeel natuurinclusieve landbouw vergroten 2) De biodiversiteit langs wegen vergroten 3) De biodiversiteit in en langs wateren en watergangen vergroten 4) Zorgen voor meer bomen en groene landschapselementen op het platteland 5) Zorgen voor een natuurinclusieve energietransitie.
Ambitie III: Een grotere biodiversiteit en meer bomen in stad en dorp
Dieren en planten stellen specifieke eisen aan hun omgeving. Om de biodiversiteit in steden en dorpen te vergroten is het van belang dat deze juiste omstandigheden worden gecreëerd. Hieronder valt een uitgebreide groenblauwe structuur waardoor parken en andere groene plekken in de stad met elkaar en het buitengebied worden verbonden. De provincie zet in op het vergroten van de biodiversiteit in de Gelderse steden en dorpen, en maakt onderscheid tussen de volgende sporen: 1) Een grotere biodiversiteit en meer bomen in winkelgebieden en woonwijken 2) Een grotere biodiversiteit en meer bomen op bedrijventerreinen 3) Een grotere biodiversiteit en meer bomen op schoolpleinen en sportterreinen.
Ambitie IV: Een grotere betrokkenheid van inwoners bij natuur en groen
Een groene leefomgeving draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van mensen en nodigt uit om te bewegen en te sporten. De provincie vindt het belangrijk dat Gelderlanders zich bewust zijn van de waarde van biodiversiteit en een groene leefomgeving en ze willen de betrokkenheid van inwoners bij natuur en groen vergroten. Om dit te bereiken informeren ze mensen over de (waarde van de) Gelderse natuur en brengen ze de natuur dichter bij de inwoners. Op deze manier creëren ze draagvlak onder inwoners voor het natuurbeleid. Draagvlak en bewustzijn vormen vervolgens de basis voor een actieve houding om je ook zelf in te zetten voor meer biodiversiteit in Gelderland. De provincie onderscheidt de volgende sporen: 1) Het draagvlak onder inwoners voor het behouden en vergroten van de biodiversiteit versterken 2) Bewerkstelligen dat meer inwoners zich inzetten voor het behouden en vergroten van de biodiversiteit.
Artikel 2.1.3
Uitvoeringsprogramma biodiversiteit; Strategie voor een groener Gelderland
Onderdeel van Biodiversiteitsplan 2025-2033 gemeente Buren