Naar hoofdinhoud

Artikel 2.3.6

Ruimtelijke kaders zon en wind gemeente Buren 2021

Onderdeel van Biodiversiteitsplan 2025-2033 gemeente Buren

In de Ruimtelijke kaders zon en wind worden uitgangspunten voor plaatsing en inpassing van zonne- en windenergie in de gemeente Buren. Het document verankert biodiversiteit en natuur door de ontwikkeling van zonne- en windenergie binnen ecologische en landschappelijke kaders te plaatsen. Het richt zich op het behoud en de versterking van bestaande natuurwaarden, het vermijden van verstoring van waardevolle natuurgebieden, en het bevorderen van groenstructuren. De richtlijnen vragen om natuurinclusief ontwerpen, bijvoorbeeld door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het toepassen van bloemrijke graslanden om biodiversiteit te bevorderen rondom energieprojecten. Tussen de grote zonnevelden geldt een minimale afstand van 250 meter tussen de locaties. Hierbij gaat het niet om facilitaire zaken als wegen, maar om daadwerkelijke ruimte voor biodiversiteit. De vuistregel is dat van elke 10 ha, 2,5 ha vrije ruimte voor natuur moeten zijn. Er moet, waar dat past, ruimte worden gemaakt voor een in het landschap passende kwalitatief goede randen of gebruik van ecologische oevers. Er dient ook rekening te worden gehouden met schaduwwerking en de groeiruimte voor beplanting. En er moet gebruik gemaakt worden van gebiedseigen plantensoorten. Verder mag er gebruik worden gemaakt geen pesticiden en herbiciden. Verder worden de biologische waarden gemeten voorafgaand van het project en na enige tijd na het project om de natuurontwikkeling op deze manier te monitoren. Ten slotte hebben zonnevelden een vergunning voor een bepaalde duur. Het is zaak dat de initiatiefnemer zorgt voor het volledig verwijderen van alle installaties en dergelijke en dat het terrein in een natuurlijke staat hersteld wordt. De groene aanleg dient hierbij behouden te blijven.

Rechtspraak bij dit artikel