**1..** Het subsidieplafond voor de activiteiten die zijn genoemd in artikel 4 bedraagt:
in totaal € 3.709.071 voor het kalenderjaar 2026 voor de activiteiten die zijn genoemd in artikel 4 leden 2 tot en met 9 van deze subsidieregeling;
in totaal € 1.006.285 voor het kalenderjaar 2026 voor de activiteiten die zijn genoemd in artikel 4, lid 10 van deze subsidieregeling.
**2..** Indien het college aanvragen voor subsidie niet weigert op grond van de ASV en de som van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, dan rangschikt het college de aanvragen op basis van een rangordelijst en gelden de volgende voorwaarden:
het college stelt voor het vaststellen van de rangordelijst een ambtelijke commissie in;
de volgorde op de rangordelijst wordt in aflopend gewicht bepaald door de volgende criteria:
het gegeven dat de aanvrager al drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie heeft ontvangen voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten (structurele subsidie);
de bijdrage aan de doelstellingen als genoemd in artikel 4 van deze subsidieregeling;
de prijs- kwaliteitsverhouding;
de ambtelijke commissie legt haar keuzes inhoudelijk en schriftelijk vast binnen de termijnen als van toepassing op basis van de ASV;
het college honoreert de aanvragen vervolgens naar de volgorde op de rangordelijst.
**3..** Bij de beoordeling van de begroting van de aanvrager neemt het college alleen posten die direct verband houden met de activiteit in ogenschouw en het college laat uitgaven voor consumpties, logies, prijzen etc. bij de verlening en vaststelling van de subsidie buiten beschouwing. Een eventuele post “onvoorzien” bedraagt ten hoogste 5% van de totaal subsidiabele kosten.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Subsidieplafond en verdeling
Onderdeel van Subsidieregeling maatschappij, economie, vrije tijd en veilig leefklimaat Twenterand 2026