Naar hoofdinhoud
1. De programmaraad bestaat uit minimaal acht en maximaal twaalf leden, welke gelijkelijk over deelnemers verdeeld zijn. 2. De leden van de programmaraad zijn afkomstig uit de leden van Provinciale Staten, met dien verstande dat elke deelnemer een lid van buiten die kring kan aanwijzen. 3. Tegelijk met de benoeming van de leden van de programmaraad worden in de verhouding zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel plaatsvervangende leden benoemd. 4. De leden van de programmaraad hebben een zittingsduur gelijk aan die van de deelnemers die hen benoemen. Een lid van de programmaraad is eenmaal herbenoembaar. 5. De deelnemers dragen er zorg voor dat in de eerste vergadering van Provinciale Staten na de verkiezingen de leden van de programmaraad aangewezen worden overeenkomstig het bepaalde in dit artikel. 6. Een lid van de programmaraad kan te allen tijde ontslag nemen door daartoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij de deelnemer, die hem benoemd heeft. 7. Indien een lid gedurende langere tijd niet of niet voldoende in de programmaraad functioneert, kan de deelnemer, gehoord de overige deelnemers, het lidmaatschap daarvan tussentijds beëindigen. 8. In geval van een tussentijdse vacature draagt de deelnemer die dit lid had benoemd, terstond zorg voor de benoeming van een nieuw lid.

Rechtspraak bij dit artikel